Auteur nepnieuws verdient 10.000 dollar per maand en heeft spijt

Buitenland

Paul Horner denkt dat zijn berichten eraan hebben bijgedragen dat Trump straks in het Witte Huis zit Reuters

“Ik dacht dat ze mijn berichten wel zouden controleren, maar ze namen alles over.” Dat zegt Paul Horner in gesprek met The Washington Post. Hij leeft al enkele jaren van nepnieuws, en schreef tijdens de verkiezingscampagne veel berichten die door het Trump-kamp gretig werden overgenomen.

Zo deelde Trumps toenmalige campagneleider, Corey Lewandowski, in maart een bericht dat door Horner was geschreven. Daarin claimde een demonstrant 3500 dollar betaald te hebben gekregen om te demonstreren bij een evenement van Trump. “Dat heb ik bedacht, compleet met een nep-advertentie waarin een oproep stond.”
Invloed op verkiezingen

Sinds de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen is er discussie over de rol van nepnieuws tijdens de campagne op online platformen. Vooral op Facebook gingen berichten over bijvoorbeeld steun van de paus aan Trump viral, terwijl het niet klopte.

Volgens BuzzFeed News deden nep-berichten het uiteindelijk zelfs beter op Facebook dan campagne-artikelen van bijvoorbeeld The New York Times.
Voelt slecht

“Normaal gesproken checken mensen iets als ze het lezen”, zegt Horner. “Maar Trump-fans deden dat niet. Ze gingen er gewoon mee aan de haal. Nu zit Trump in het Witte Huis. In plaats van dat ik de campagne beschadigde, heb ik die geholpen. Dat voelt slecht.” Een topman van Google gaf onlangs al toe dat het nepnieuws een rol kan hebben gespeeld in de Amerikaanse campagne.

De 38-jarige auteur van nepnieuws zegt veel geld te verdienen aan de publicaties. “Ik verdien het meeste aan Googles advertenties, per maand zo’n 10.000 dollar.” Hij is niet de enige; ook tieners in Macedonië verdienen duizenden euro’s aan de nep-berichten.

Google en Facebook zijn van plan het moeilijker te maken om geld te verdienen aan nepnieuws. Horner zegt daar nog niet zo bang voor te zijn. “Ik heb nu zo’n tien sites. Als ze die sluiten, gebruik ik gewoon weer een andere.

Bron: nos.nl (november 2016)